5 Gouden regels voor rijden bij gladheid

Als u veilig over besneeuwde of gladde wegen wilt rijden, moet u uw rijstijl aanpassen. Hier 5 tips voor het rijden bij winterweer.

1. Houd afstand
Houd meer afstand dan normaal. Indien uw voorganger plotseling remt, zorg dan voor ruimte en tijd en voorkom contact met de voorganger. Het is dus niet handig om dicht achter iemand te gaan rijden, om duidelijk te maken dat u wilt dat hij of zij opzij gaat. Ook op het laatste moment invoegen is helemaal uit den boze.

2. Kijk verder dan uw neus lang is
Blijf zo ver mogelijk voor u uit kijken, dan volgt u meestal vanzelf de goede lijn. Dat gaat beter als u niet te dicht achter uw voorganger rijdt. Zo lang alles rolt en niet glijdt, heeft u het gevoel of alles veilig is, maar neem die extra veiligheidsmarge die nodig is in winterse omstandigheden.

3. Trek niet te hard op
Hard optrekken leidt soms tot rare glijpartijen. Vaak geeft men teveel gas en graaft men zich in de sneeuw in. Wegrijden in een hogere versnelling kan wel helpen. Maar weinig gas geven en de koppeling heel rustig laten opkomen is het beste. Het kan soms ook helpen om bij het wegrijden veiligheidssystemen als ESC (ESP) uit te zetten. De correcties van deze systemen maken het wegrijden in sneeuw moeilijker. Doe al deze handelingen zo geleidelijk mogelijk. Rustig sturen en niet te veel remmen. Stuur bochten niet te scherp in.

4. Remmen: soms hard, soms helemaal niet
Ga dus niet steeds een beetje ‘pompend’ remmen. ABS werkt alleen als u de remdruk hoog houdt. Het is dan zaak zowel de rem als de koppeling – bij voorkeur tegelijkertijd – hard in te trappen. Schrik niet als het rempedaal gaat trillen of als u rare geluiden hoort. ABS zorgt ervoor dat de wielen blijven draaien (anti-blokkeren dus) en daardoor kunt u blijven sturen als dat nodig is.
Soms kunt u juist beter helemaal niet remmen. In bochten bijvoorbeeld. U kunt beter het gas loslaten om vaart te minderen. Geef pas weer gas als u de bocht uit bent. Mocht u de bocht toch niet goed hebben ingeschat en ziet u de vangrail op u afkomen, blijf dan vooral kalm. Ga niet enorm aan uw stuur lopen trekken; u kunt de auto beter laten glijden en rustig het stuur in de juiste rijrichting draaien. Zodra u weer grip op de weg heeft, gaat u vanzelf de goede kant op. De vangrail raken is onplezierig, maar kan ook helpen uw auto weer in het juiste spoor te krijgen.

5. Ook met winterbanden extra alert blijven
Ook met winterbanden onder uw auto zult u rekening moeten houden met de omstandigheden. En winterbanden mogen dan een kortere remweg hebben dan zomerbanden, als u hard rijdt wordt dat effect volledig opgeheven.
Sommige mensen denken dat het helpt om de bandenspanning te verlagen. Maar zachte banden gaan ten koste van de stabiliteit. Daar komt nog bij dat winterbanden sowieso wat zachter van structuur zijn dan zomerbanden. Om ze optimaal te laten functioneren, is de juiste bandenspanning en voldoende profiel nóg belangrijker.